baksels

79
750 - 900
Verwers & Van Es 1980: w6, w9, w12, w16.

750 - 900
Verwers & Van Es 1980: w3, w4, w8.

725 - 1000
Verwers & Van Es 1980: w1, w2.

900 - 1200
Hard gebakken, geel tot grijsbruin aardewerk, vaak maar niet altijd voorzien van een rode beschildering (ijzerengobe). Hoewel de naam Pingsdorf verwijst naar een productiecentrum in het Duitse Rijnland, zijn verwante producten ook gemaakt in Zuid-Limburg. Ook Dorestad baksel w10 (Verwers & Van Es 1980) valt onder pingsdorfaardewerk.

1200 - 1325
Proto-steengoed is de bakselgroep die omstreeks 1200 het pingsdorfaardewerk opvolgt. Zodra de beschildering bij Pingsdorf plaats maakt voor een engobe is er sprake van s5. Proto-steengoed gaat op zijn beurt weer over in s4 en s2.

1275 - 1325
Bijna-steengoed is eigenlijk proto-steengoed zonder engobe. De verschraling is nog (deels) zichtbaar in het baksel, maar de ijzerengobe is reeds achterwege gelaten. De ontwikkeling is dus S5 --> s4 --> s1, en S5 --> s2. Bijna-steengoed met een engobe of glazuur bestaat niet (= s5 of s2). Meestal afkomstig uit Siegburg.

1300 - 1550
Steengoed zonder glazuur en/of engobe. Meestal afkomstig uit Siegburg.

1300 - 1950
Steengoed met glazuur en/of engobe. Onder andere afkomstig uit Zuid-Limburg, Siegburg, Langerwehe, Aken, Raeren, Keulen, Frechen, Westerwald, Duingen, Vreden en Stadtlohn.

1350 - 1450
Steengoed met secundair aangebracht loodglazuur (vaak 14e en vroeg 15e-eeuws Siegburg, maar ook latere voorbeelden uit Raeren en het Westerwald komen voor).

1350 - 1700
Frans steengoed (o.a. uit Beauvais en Martincamp).

1550 - 1850
Aziatisch steengoed (o.a. martavanen).

400 - 700
Merovingisch roodgeverfd aardewerk (Rotgestrichene Ware) is op de breuk oranje-rood en bedekt met een oranje-rode verflaag, die aan terra sigillata doet denken. De deklaag is soms afgeschilferd. Verwers & Van Es 1980: w17.

450 - 750
Reducerend en oxiderend (merovingisch en vroeg-karolingisch: knikwand, Van Es & Verwers 2009: w21).

450 - 750
Reducerend en oxiderend gebakken ruwwandig aardewerk (Merovingisch tot vroeg-Karolingisch, o.a. Verwers & Van Es 2009: w20).

600 - 850
Verwers & Van Es 1980: w11, w13, w14 (gesmoord aardewerk, Gittermuster), w15 (Tating).

900 - 1000
Reducerend gebakken (10e-eeuws) aardewerk uit Duisburg, vaak herkenbaar aan een radstempelversiering.

350 - 900
Handgemaakt aardewerk omvat de bakselgroepen die als voorloper van het kogelpotaardewerk kunnen worden opgevat, zoals Hessens-Schortens aardewerk. Ook andere handgemaakte baksels uit de vroege Middeleeuwen, zoals angelsaksisch aardewerk (bulturnen) vallen onder deze bakselgroep.

800 - 1350
Handgemaakt aardewerk met een vaak kogelrond lichaam uit de Nederlanden. Naast kogelpotten komen ook bakpannen, kannen, kommen en potten voor. Aanvankelijk op huishoudelijk niveau vervaardigd, later het product van gespecialiseerde ambachtslieden.

900 - 1400
Bakselsoorten binnen het blauwgrijs: Paffrath, Elmpt, reducerend gebakken vormen uit Pingsdorf, aanverwante (Duitse) baksels.

1150 - 1550
Lokaal of regionaal in Nederland vervaardigd reducerend gebakken aardewerk.

1600 - 1750
Handgemaakt, vaak gepolijst, en reducerend gebakken aardewerk uit Jutland (Denemarken).

1150 - 1950
Lokaal of regionaal in Nederland vervaardigd oxiderend gebakken aardewerk met een rode scherf, meestal voorzien van loodglazuur. Ook versierde groepen als (Vlaams) hoogversierd, sgrafitto, Noord-Hollandse slibwaar en Nederrijns worden tot het roodbakkend gerekend. Dit geldt ook voor baksteenaardewerk (o.a. dovers, kandelaars) en voorwerpen van terracotta (tuinvazen, muv reliëfs en beeldjes (te).

1150 - 1950
Halfproduct van roodbakkend aardewerk dat nog ongeglazuurd is.

1200 - 1550
Het vroegste roodbakkende aardewerk uit de Belgische Maasvallei (rm) betreft, vaak hardgebakken, producten uit de Andennetraditie met een roodbruine scherf. Vanaf de 14e eeuw komt op tal van plaatsen langs de Maas de lokale productie op van grapen en een enkele andere vorm (o.a. pispotten en kommen). Deze producten kenmerken zich door een loodglazuur waaraan ijzer- of mangaanoxide is toegevoegd (paarsbruin tot donkerbruin). Hoewel deze grapen soms een rode scherf hebben, komt ook een vuilwitte scherf veelvuldig voor (klei uit lokale Maasafzettingen). In de late 16e eeuw verdwijnt de donkerbruine glazuur en maakt plaats voor een geel glazuur met ijzer- of mangaanspikkels. Deze producten worden niet langer tot het rm, maar tot het witbakkende aardewerk gerekend.

1600 - 1700
Loodglazuuraardewerk uit Ochtrup, meestal met een ringeloor versierd.

1575 - 1650
Roodbakkend loodglazuuraardewerk met een ringeloorversiering uit het Werragebied (o.a. Wanfried). Gelijksoortige producten zijn ook gemaakt in Enkhuizen en Utrecht.

1550 - 1625
Aardewerk uit Husum bestaat vooral uit kommen en schotelgoed met een rood baksel. Het is versierd met een ringeloor en verwant aan aardewerk uit het Werra- en het Wesergebied. De vormgeving van de schotels is echter meer verwant aan het hafner aardewerk uit dezelfde periode. Borden en kommen hebben een standvlak.

1500 - 1700
Roodbakkend aardewerk van Franse origine, meestal verpakkingsaardewerk (o.a. uit het Zuid-Franse productiecentrum Biot).

1500 - 1750
Geglazuurd en ongeglazuurd aardewerk uit Spanje en Portugal, vaak verpakkingsaardewerk (amforen en olijfoliekruikjes), maar ook sierwaren als Estramoz aardewerk.

1550 - 1650
Roodbakkend aardewerk van Italiaanse origine, meestal verpakkingsaardewerk (o.a. olijfoliepotten uit Montelupo).

1550 - 1700
Aardewerk met een slibversiering (vaak gemarmerd, maar ook sgrafitto komt voor) vervaardigd in het Middelandse Zeegebied (o.a Pisa, maar ook in Zuid-Frankrijk).

1600 - 1800
Roodbakkend aardewerk van Zuidoost-Aziatische oorsprong (veelal martavanen o.a. uit Thailand).

1350 - 1950
Lokaal of regionaal in Nederland vervaardigd oxiderend gebakken aardewerk met een witte scherf, meestal voorzien van loodglazuur met (groen) of zonder koperoxide (geel). Door toevoeging van ijzer- of mangaanoxide kan ook een paarsbruine tot zwarte kleur ontstaan. Hieronder valt ook aardewerk uit Duitsland, dat in Nederland is geïmiteerd, zoals zogenaamde Frankfurter waar (uit het gebied van de Main), 18e en 19e-eeuws Rijnlands witbakkend aardewerk (uit o.a. Frechen en Siegburg) en smeltkroezen (o.a. Grossalmerode).

1700 - 1900
Halfproduct van witbakkend aardewerk dat nog ongeglazuurd is.

900 - 1700
Witbakkend loodglazuuraardewerk uit de (Belgische) Maasvallei (vroeger bekend als Andenne). Hieronder vallen alle fijne witte Maaslandse baksels met een relatief dunne scherf (en ook de jongere producten uit de late middeleeuwen en de moderne tijd).

1350 - 1450
Hard gebakken, geel aardewerk, uit Dieburg. Vaak maar niet altijd (deels of geheel) bedekt met ijzerengobe. Vormen soms verwant aan die van hafneraardewerk.

1300 - 1600
Witbakkend aardewerk uit Langerwehe, Aken, Keulen, Frechen en Raeren dat vaak de vormgeving volgt van gelijktijdige steengoedbakkers. Daarnaast komen ook grapen, kommen en (kook)potten voor.

1550 - 1800
Hieronder valt al het witbakkende loodglazuuraardewerk uit Duitsland dat niet tot het hafner- of het weseraardewerk wordt gerekend.

1575 - 1625
Rood en witbakkend loodglazuuraardewerk met een ringeloorversiering uit het Wesergebied.

1150 - 1700
Witbakkend loodglazuuraardewerk uit Frankrijk (o.a. uit Beauvais en de Saintonge).

1200 - 1350
Witbakkend Engels loodglazuuraardewerk (vaak hoogversierd).

1275 - 1500
Majolica uit Spanje, Italië, Frankrijk en Nederland, gedecoreerd in kopergroen en mangaanpaars op een witte (tinglazuur) ondergrond.

1475 - 1950
Tinglazuuraardewerk uit de Nederlanden, dat op proenen is gestapeld in de oven en zonder kokers is gebakken. De bovenzijde is bedekt met tinglazuur en de onderzijde met loodglazuur.

1625 - 1950
Tinglazuuraardewerk uit de Nederlanden, dat op pennen in kokers is gebakken en geheel bedekt is met tinglazuur.

1475 - 1950
Halfproduct van majolica dat alleen de biscuitbrand onderging. Het volgt de typologische indeling (vorm en vormomschrijving) van majolica.

1750 - 1950
Halfproduct van industrieel witbakkend aardewerk dat alleen de biscuitbrand onderging. Het volgt de typologische indeling (vorm en vormomschrijving) van industrieel witbakkend aardewerk.

1625 - 1950
Halfproduct van faience dat alleen de biscuitbrand ondergingen. Het volgt de typologische indeling (vorm en vormomschrijving) van faience.

1500 - 1950
Halfproducten van majolica of faience (onbekend) die alleen de biscuitbrand ondergingen. Modellen krijgen geen specifieke typenummers.

1400 - 1700
Majolica en faience vervaardigd in Italië.

1350 - 1650
Majolica en faience vervaardigd in Spanje (o.a. goudlustermajolica).

1600 - 1675
Majolica en faience vervaardigd in Portugal.

1550 - 1750
Majolica en faience vervaardigd in Frankrijk.

1550 - 1800
Majolica en faience vervaardigd in Duitsland.

1500 - 1700
İznik-keramiek is afkomstig uit de stad İznik in Turkije, maar ook op andere plaatsen in Turkije is verwante keramiek gemaakt. Het is geen tinglazuuraardewerk, maar een 'fritware', een composietmateriaal van kwartszand gemengd met kleine hoeveelheden fijn gemalen glas en klei.

1600 - 1650
Majolica en faience vervaardigd in Mexico.

1550 - 1750
Majolica en faience vervaardigd in Engeland.

1550 - 1950
Porselein uit China en Japan. Hieronder vallen zowel de fijne producten uit Jingdezhen als de grovere soorten uit Zuid-China (bijvoorbeeld Swatow-waar uit Zhangzhou).

1775 - 1950
Europees porselein wordt vanaf de late 18e eeuw gemaakt in Duitsland (Meissen) en al spoedig daarna op tal van plaatsen in Europa. Het behoort tot de industriële baksels.

1725 - 1950
Industrieel steengoed, vaak afkomstig uit Engeland (saltglazed stoneware, brownglazed stoneware, scratch blue).

1750 - 1950
Industrieel aardewerk, wit op de breuk (o.a. creamware, queensware, pearlware, Maastrichts industrieel wit aardewerk).

1725 - 1950
Industrieel aardewerk, bruinzwart tot zwart op breuk (o.a. blackware, basaltware, zwartsteen). Door Nederlandse pottenbakkers vervaardigde imitaties met een rode breuk behoren tot het roodbakkende aardewerk.

1675 - 1950
Industrieel aardewerk, rood op de breuk (zowel Chinees als Europees in de mal vervaardigde roodbakkende keramiek: o.a. Yixing (Yixing rood steengoed), Delft, Dresden, Meissen, Staffordshire en Maastricht).

1800 - 1950
Industrieel aardewerk, gekleurd op de breuk (bijv. geel = 'geelsteen', jasperware, agateware).

1350 - 1750
Terracotta is vanaf de late Middeleeuwen gebruikt als grondstof voor de productie van m.n. religieuze beeldjes, beelden en reliëfs. Soms betreft het pure roodbakkende klei, vaak is het een mengsel van roodbakkende klei en pijpaarde. Om toch een witte ondergrond voor een beschildering te verkrijgen, is vaak een grondering aangebracht, waarvan dan sporen kunnen worden aangetroffen in plooien en naden.

1880 - 1950
Aardewerk met (oorspronkelijk) een koude beschildering en 'plateel' met een 'gebakken' beschildering of een spuitglazuur.

1880 - 1950
Biscuit van 'plateel' met een 'gebakken' beschildering of een spuitglazuur.

1350 - 1850
Hoewel pijpaarde een grondstof is die zijn naam en bekendheid dankt aan de productie van vroegmoderne tabakspijpen, werd deze grondstof in de late Middeleeuwen ook al gebruikt voor de productie van m.n. religieuze beeldjes, beelden en reliëfs.

450 - 1950
Glaswerk, vooral drinkgerei.







1500 - 2000
Onder fe worden opgenomen ijzeren voorwerpen waarvan de functie in het verlengde ligt van de in het classificatiesysteem opgenomen voorwerpen. Hierbij kunnen we denken aan gietijzeren grapen en pannen, maar ook aan geëmailleerd gebruiksgoed uit de late 19e en de 20e eeuw.




Onbekend baksel.